Drentse Lelieteler Henk Deuring: ‘Je moet nu beginnen en leren’

In Drenthe werken alle lelietelers samen aan een nieuwe manier van telen. Dat is best bijzonder: telers die hun kennis delen, samen zoeken naar oplossingen en daarin ook risico’s nemen. Tegelijk voelt het voor veel van hen heel logisch. Samen kom je verder.

Een van die telers is Henk Deuring (54). Op zijn erf in Nieuw-Weerdinge staat hij te praten, terwijl zijn hond vrolijk om hem heen loopt. Henk runt een bloembollenbedrijf van zo’n 100 hectare in Nieuw-Weerdinge. Lelies vormen de hoofdteelt, daarnaast teelt hij onder andere gladiolen, krokussen en tulpen.

Van groente naar bollen

Het bloembollenbedrijf is in de loop der jaren ontstaan. Oorspronkelijk had Henk een akkerbouwbedrijf met verschillende groente gewassen in Ter Apel, maar uitbreiden was lastig. ‘Op een gegeven moment moest het anders. Toen ben ik via een stage in aanraking gekomen met de bloembollenteelt. Zo is het bedrijf zoals het nu is ontstaan.’ Samenwerken is daarin vanzelfsprekend. ‘Ik zoek altijd de samenwerking op: dat brengt meer dan alleen werken.’

Samen aan de slag

Henk is één van de telers die meedoet aan De Drentse Lelie. Toen hij werd benaderd, was de keuze snel gemaakt. ‘Ik hoefde er niet lang over na te denken. Samen sta je sterker. En we moeten ook wel. We willen dit vak gewoon kunnen blijven doen. We zijn bezig met een prachtig product waar heel veel mensen blij van worden’ Die motivatie zit diep. ‘Voor mij gaat het erom dat we het bloembollenvak veiligstellen voor de toekomst. Geen teeltverbod of dingen van bovenaf, maar zelf stappen zetten. Met elkaar.’

Zoeken naar wat werkt

Op het bedrijf van Henk is die verandering al zichtbaar. Vorig jaar startte hij met een proefperceel lelies, met een ras dat minder gewasbescherming nodig heeft. ‘We zijn gewoon begonnen. Kijken wat kan, wat werkt. Soms gaat het goed, soms ook niet. Dat hoort erbij.’ Daarnaast investeerde hij in drift reducerende techniek op zijn spuitmachine, waarmee de drift tot 97,5% verminderd wordt. ‘Het is een flinke investering, maar je weet dat het die kant op gaat. Middelen verdwijnen. Dan kun je beter nu beginnen en leren, dan straks achter de feiten aanlopen.’

Dat leren gaat met vallen en opstaan. In sommige teelten merkt hij hoe lastig het is. ‘Mechanisch onkruid wieden klinkt mooi, maar je maakt ook weer ruimte voor nieuw onkruid. Dan blijf je bezig. Het is echt zoeken naar een manier die werkt.’ En dat zoeken brengt risico’s met zich mee. ‘Je zit soms echt aan de grens. En ja, daar hangen ook financiële risico’s aan. Dat moet je wel durven.’

Gewoon het gesprek aangaan

Naast het werk op het land vindt Henk het belangrijk om zichtbaar te zijn en het gesprek aan te gaan met zijn omgeving. ‘We hebben niks te verbergen. Als mensen vragen hebben, leg ik het gewoon uit.’ Dat doet hij bijvoorbeeld tijdens een boerenfietstocht. ‘Je merkt dat mensen vaak anders weggaan dan dat ze kwamen. Dat helpt wel.’

Tegelijk snapt hij ook waar zorgen vandaan komen. ‘De sector heeft in het verleden ook wel dingen laten liggen. En wat er in de media staat, heeft invloed. Dat merk je gewoon.’ Juist daarom is openheid volgens hem belangrijk: ‘Als je zelf niks laat zien, vullen anderen het voor je in. Dat werkt niet.’

Trots en realisme

Ondanks alles blijft Henk nuchter onder de veranderingen in de sector. ‘We zijn met een prachtig product bezig. Daar worden veel mensen blij van. Dat mogen we ook best zeggen.’ Volgens hem kan De Drentse Lelie daarin echt iets betekenen. ‘Je merkt nu al dat het wat doet. Ook richting politiek’.

Blik vooruit

De komende jaren ziet Henk de lelieteelt verder veranderen. ‘Minder chemie, meer techniek. Robotisering gaat een grotere rol spelen, dat zie je nu al.’ Maar wat voor hem het belangrijkste blijft, is de samenwerking. ‘We moeten het met elkaar doen. Anders kom je er niet.’