Albert Joling: ‘Duurzaam telen verdient meer waardering’

De Drentse lelieteelt is volop in ontwikkeling. Telers investeren in kennis, techniek en nieuwe teeltmethoden om de belasting voor het milieu en de omgeving te verlagen. Ook op het familiebedrijf van Drentse lelieteler Albert Joling worden daarin al jaren stappen gezet. Hij vertelt wat daarbij komt kijken.

 

 “Wij spannen ons behoorlijk in om duurzaam te werken in onze lelieteelt”, zegt Albert Joling. Ondanks dat, merkt hij dat het best lastig is om goed zichtbaar te maken wat er de afgelopen jaren op de bedrijven is verbeterd. “De laatste jaren is er in Drenthe al veel bereikt. Ik hoop dat daar meer waardering voor komt.”

De familie Joling heeft een bloembollen- en akkerbouwbedrijf in Dwingeloo.  Bij aankomst op het bedrijf springen de 20 nieuw gerealiseerde appartementen, elk voor twee personen, direct in het oog. “Die hebben we speciaal voor onze buitenlandse medewerkers gerealiseerd”, vertelt Albert Joling. Hij werkt graag met een team vaste mensen met ervaring. “Zij kennen het werk en het bedrijf goed. Dat werkt voor iedereen prettig.”

Jaarrond werk

De familie Joling maakt het haar personeel graag naar de zin. “We werken met een vast en ervaren team. Een van onze medewerkers is al 25 jaar bij ons in dienst. Dankzij onze verschillende teelten kunnen we bijna het hele jaar werk bieden. Dat is het mooie van onze verschillende opeenvolgende teelten.” Joling teelt niet alleen lelies, maar ook tulpen en pioenrozen. Albert runt samen met zijn broer het bloembollen- en akkerbouwbedrijf van 400 hectare, met 100 hectare lelies, 100 hectare pioenen en 25 hectare tulpen en daarnaast akkerbouwgewassen.

Al sinds 1954

Het boerenbedrijf begon in 1954 heel kleinschalig als maatschap Joling en is ondanks de groei altijd een familiebedrijf gebleven. Anno 2026 staat de derde generatie Joling aan het roer. Albert (33) en Lucas (32) kwamen in 2014 in het bedrijf en namen het twee jaar geleden over. “Wij zijn als zoons in dit mooie vak gerold. Pa en ma zijn ook nog altijd actief op het bedrijf, net als onze zus Lianne. Opa Lambert en oma Annie begonnen met melkvee, kippen voor broedeieren, zetmeelaardappelen en suikerbieten. In 1980 gingen mijn ouders Henk en Dieneke droogbloemen telen en zij namen in 1990 het akkerbouwbedrijf over.

Lelies naar Drenthe

In 1990 begon Joling met de lelieteelt. In 1992 is gestopt met droogbloemen, terwijl lelieteeltbedrijven steeds vaker nieuwe teeltgebieden zochten. “Zo is een deel van de lelieteelt in Drenthe ontstaan. Er blijft markt voor lelies, die de hele wereld over gaan. Daar zijn we best trots op. In 1998 kwam de tulpenteelt erbij en in 2012 de teelt van pioenrozen.”

Nek uitsteken

Joling houdt zich, net als veel andere lelietelers, al jaren bezig met het verder verduurzamen van de bedrijfsvoering. “Iedere teler is er op zijn eigen manier mee bezig. Wij hebben een wiedeg gekocht voor mechanische onkruidbeheersing en we gebruiken bladmeststoffen en biostimulanten. Dat zijn producten die de plant ondersteunen bij de groei en weerbaarheid.” Onkruiden mechanisch verwijderen, is niet altijd eenvoudig, want de onkruiddruk is op onze humusrijke zandgrond erg hoog. We hebben dit jaar een stuk met biologische lelies, maar die bedden komen om in de onkruiden.” Joling geeft aan dat voor een geslaagde bio-teelt extra kennis nodig is en dat geldt ook voor verduurzaming van de andere teelten. “Daarom doen wij mee aan het project De Drentse Lelie.” 

Al veel bereikt

Voor de start van De Drentse Lelie twee jaar geleden, was het bedrijf ook al actief in het project Duurzame Bollenteelt Drenthe. “Dit project Drenthe heeft laten zien dat we met verschillende maatregelen stappen voorwaarts kunnen zetten. De combinatie van mechanische en geïntegreerde onkruid beheersing helpt zeker om minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Het brengt voor ons wel extra risico’s en kosten met zich mee. Wiedeggen is minder bedrijfszeker en kost lelieplanten en er is extra arbeid nodig.”

Meer rust in 2028

Het project De Drentse Lelie is een initiatief van alle Drentse lelietelers. “Het is heel mooi dat zij allemaal een steentje willen bijdragen om de belasting van de lelieteelt voor het milieu en de omgeving te verlagen”, zegt Joling. De telers worden daarbij ondersteund door HLB, een kennis- en onderzoeksinstituut op het gebied van bodem- en gewasgezondheid. HLB begeleidt het project en voert praktijkonderzoek uit naar nieuwe teeltmethoden. Joling verwacht dat het doel in 2028 is bereikt. “We streven naar een milieubelasting die vergelijkbaar is met die van gangbare akkerbouwgewassen. Ik hoop dat er dan meer rust ontstaat rond de lelieteelt. Wij ervaren dat deze teelt soms anders en strenger wordt beoordeeld dan andere akkerbouwteelten, zoals aardappelen, suikerbieten en uien. Dat voelt heel naar.” Joling hoopt dat mensen niet alleen kijken naar wat nog beter moet, maar ook zien welke stappen de Drentse lelietelers al zetten. “Voor mij gaat het daarbij ook om de toekomst van ons familiebedrijf en de lelieteelt in Drenthe.”